Naar inhoud

Terug

Leerlingenvervoer buitengewoon onderwijs vraagt grondige aanpak op korte termijn

Leerlingen in het buitengewoon onderwijs die naar de dichtstbijzijnde school van hun keuze gaan, kunnen gebruikmaken van gratis leerlingenvervoer. Dit leerlingenvervoer verloopt vandaag nog altijd niet optimaal. De knelpunten zijn ernstig en talrijk.

Ik vraagt de Vlaamse Regering om drie pijnpunten prioritair aan te pakken op korte termijn en stel voor om: voldoende busbegeleiders te voorzien, de busbegeleiders vorming aan te bieden, te onderzoeken hoe in de organisatie van de busritten meer rekening kan gehouden worden met kenmerken en noden van leerlingen en hoe in de organisatie van het busvervoer meer schoolnabij kan gewerkt worden. Het is glashelder dat we dringend nood hebben aan een nieuw landschap buitengewoon onderwijs.

Vrijdagmorgen ondervond ik tijdens een ochtendlijke busrit samen met de leerlingen van Windekind in Leuven, de buschauffeur en de busbegeleider aan den lijve de problemen die zich stellen. De eerste leerling stapte op om 7u. De bus arriveerde aan de school om 9.15u. Een verkorte toer omdat vijf kinderen zich ziek hadden gemeld. Hoe goed De Lijn haar uiterste best doet om met het voorziene budget de ritten te organiseren en hoe gemotiveerd de chauffeurs en busbegeleiders ook zijn, dringt een oplossing zich op.

Een overzicht van de knelpunten:
• Lange reistijden: De maximum aanbevolen reistijd per dag bedraagt 220 minuten. Niet elke school voor buitengewoon onderwijs biedt alle types aan. Dat maakt dat de leerlingen vaak grote afstanden moeten overbruggen en dagelijks langer dan 220 minuten op de bus zitten. Dit in combinatie met het vele verkeer op de baan leidt tot stress bij de kinderen, de buschauffeur en de busbegeleider.
• Door de lange reistijden moeten scholen een keuze maken: ofwel de leerlingen vóór 7u ophalen ofwel de leerlingen te laat laten aankomen op school. In dit laatste geval worden de scholen door de inspectie op de vingers getikt omat ze de wettelijke bepalingen m.b.t. de onderwijstijd niet respecteren. In het andere geval worden de regels van de Lijn overtreden.
• Doelgroepen: Voor sommige doelgroepen (bijv. leerlingen met een meervoudige handicap, leerlingen met autisme, leerlingen met gedrags- en emotionele problemen, leerlingen met een motorische handicap) zijn de lange busritten nefast. Zo gebeurt het dat leerlingen zich ongemakkelijk voelen en agressief worden.
• Busbegeleider: Deze leerlingen vragen een specifieke en professionele aanpak. Niet alle busbegeleiders zijn opgeleid om de problemen adequaat aan te pakken. Op sommige bussen zitten dagelijks vijftig kinderen. En slechts één begeleider. Die doet zijn uiterste best om alles zo vlot mogelijk te laten verlopen. Toch beschikken de busbegeleiders niet altijd over de nodige opleiding.
• Uitbouw van de bus: De bussen zijn niet altijd aangepast aan de kenmerken van de leerlingen. Fysiek zijn bussen bijv. niet altijd uitgebouwd om leerlingen met rolwagens te vervoeren. Oudere bussen zijn niet voorzien van veiligheidsgordels.
• Typologie: De typologie van het buitengewoon onderwijs is verouderd. Het is een wetgeving uit de jaren ’70. In tussentijd zijn scholen creatief aan de slag gegaan om meer gepaste antwoorden te bieden op de noden van leerlingen. Daarvoor hebben zij binnen een bepaald type vaak subgroepen gevormd. Een voorbeeld: een leerling met autisme die zwakbegaafd is, komt vandaag veelal in type 2 terecht. Maar om zo goed mogelijk in te spelen op de problematiek van autisme hebben sommige scholen een aparte autiwerking uitgebouwd. Ouders moeten kunnen kiezen welke werking het beste is voor hun kind. Een school met of zonder aparte autiwerking. De Lijn beslist over het al dan niet gratis toekennen van busvervoer, echter uitsluitend op basis van het type naar welke school een leerling kan gaan. Dit betekent dat kinderen hierdoor niet kunnen kiezen voor de meest gepaste vorm van onderwijs tenzij zij het busvervoer betalen.
• De Lijn is een expert in mobiliteit. De busritten worden uitgewerkt op basis van inzichten m.b.t. mobiliteit en efficiëntie. Dit kader is te strak om adequaat in te spelen op de noden van kinderen met een beperking. Ook pedagogische elementen moeten mee in overweging kunnen worden genomen. Zo is het bijvoorbeeld voor bepaalde leerlingen niet wenselijk om ze in een sterk prikkelende omgeving te plaatsen tijdens een busrit.
• Organisatie: De organisatie van het leerlingenvervoer vraagt veel tijd en inspanning van de school. In vele scholen is een personeelslid er halftijds of voltijds mee bezig. En dit in het gegeven dat de school hiervoor noch middelen noch mankracht heeft om dit waar te maken.

Ik roep de Vlaamse Regering om op korte termijn alvast prioritair werk te maken van drie punten:

• Voldoende busbegeleiders voorzien. Het kan niet zijn dat op bussen met vijftig leerlingen één begeleider instaat om de busrit vlot te laten verlopen en de kinderen op hun gemak te stellen. Een ratio van 1 op 16 is geen luxe!
• Scholen moeten hun nascholingsmiddelen ook besteden aan vormingen voor busbegeleiding en buschauffeurs. Minstens één keer per jaar moeten zij gratis nascholing volgen.
• Bij de organisatie van het busvervoer mag niet enkel de economische logica primeren. We moeten ervoor zorgen dat de pedagogische elementen, zoals het welbevinden en de veiligheid van de leerlingen, en onderwijskundige inzichten mee kunnen worden aangewend om het leerlingenvervoer beter en meer schoolnabij te organiseren.

Op lange termijn moet het onderwijslandschap buitengewoon onderwijs er helemaal anders uitzien. De hertekening moet vandaag starten. Door ondermeer de huidige mobiliteitsproblemen is het niet haalbaar de lange reistijden aan te pakken, tenzij het buitengewoon onderwijs op een andere manier wordt aangeboden. Dat is de enige goede oplossing om het leerlingenvervoer op te lossen en beter tegemoet te komen aan de specifieke noden van deze kinderen.

Toegevoegd op 08 maart 2012

Tags: Vlaams Parlement

Wie ik ben?

Ik ben Kathleen Helsen en woon samen met mijn man Danny en dochter Marie in Herselt. Ik ben schepen en volksvertegenwoordiger in het Vlaams Parlement. De thema's die me nauw aan het hart liggen, zijn onderwijs, werk en welzijn.

Meer over mij.

Schrijf in voor mijn nieuwsbrief

Bekijk hier alvast het archief.