Naar inhoud

Terug

Jonge leerkrachten behouden door aangepaste opdracht, continue vorming en begeleiding

Een belangrijke factor met onmiskenbaar effect op de onderwijsarbeidsmarkt is dat jonge leerkrachten het onderwijs binnen de vijf jaar verlaten. In Vlaanderen is dat gemiddeld 23% in het basisonderwijs en 33,5% in het secundair onderwijs.

Hoog tijd om actie te ondernemen. Ik roep de minister op om zo concreet mogelijke voorstellen af te toetsen met de onderwijspartners. Want jonge leerkrachten zijn fundamentele pijlers in de ontwikkeling van onze kinderen, van onze maatschappij.

De snelle uitstroom van jonge leerkrachten uit het onderwijs binnen de vijf jaar is een pijnpunt. Het Arbeidsmarktrapport 2010 bevestigt de tendens. In 2009 verliet 21% van de jonge leerkrachten in Vlaanderen het gewoon onderwijs binnen de vijf jaar, in het buitengewoon onderwijs was dat 25%. In Brussel klommen de percentages tot respectievelijk 54 en 44%.

In het secundair onderwijs is de vroege uitstroom van jonge leerkrachten nog dramatischer. In 2009 verliet 38% het gewoon secundair onderwijs, 29% het buitengewoon secundair onderwijs. Opnieuw liggen in Brussel de cijfers hoger: 62%(!) in het gewoon secundair onderwijs, 36% in het buitengewoon.

De minister stelt dat hij in de eerste plaats de hoofdredenen van de vroege uitstroom van beginnende leerkrachten verder wil onderzoeken door middel van een bevraging van studenten.

Ik roep de minister op om het debat samen met de onderwijspartners ten gronde te voeren en concrete voorstellen uit te werken. Ik vraag de minister om alvast deze suggesties mee te nemen in het debat :

1. De Vlaamse overheid investeert in de opleiding van jongeren. Maar rendeert dit wel? De lerarenopleiding hebben we vorige legislatuur hervormd. De vraag rijst of deze ingreep daadwerkelijk een verbetering is. De eerste jonge leerkrachten na de hervorming stromen nu uit. De hervorming laat meer stages toe om de praktijkschok op te vangen. Als de minister verder onderzoek wil verrichten, mag hij dit niet beperken tot een bevraging van enkel studenten. Ook de scholen moeten bevraagd worden. De resultaten van dit verfijnde onderzoek kunnen belangrijke informatie opleveren die mee moet worden opgenomen in de evaluatie van de nieuwe regelgeving rond de lerarenopleiding tegen eind 2012.


2. Een aangepaste opdracht van de jonge leerkracht tijdens de eerste twee werkervaringjaren zal al veel oplossen. Een basisopleiding volstaat niet om de jonge leerkracht volledig klaar te stomen voor het beroep van leraar. Een beginnende leerkracht moet ruimte krijgen om zich na te scholen in domeinen waarin hij/zij nog onvoldoende bekwaam is. Een beginnende leerkracht moet kunnen rekenen op supervisie. Dat veronderstelt extra inspanningen en flexibiliteit van leerkrachten die een vaste aanstelling en veel expertise hebben.


3. Naast een aangepaste opdracht, verplichte bijkomende vorming en supervisie moeten we in kaart brengen welke schoolorganisatie we nodig hebben om voldoende werkzekerheid te kunnen aanbieden.


4. We stellen de vaste benoeming niet in vraag in dit debat. De vaste benoeming is een belangrijke aantrekkingsfactor om jonge mensen te stimuleren om voor het beroep van leraar te kiezen.

Lees het verslag van het debat in de commissie [PDF] en de motie van aanbeveling [PDF].

Toegevoegd op 25 januari 2011

Tags: Leerkrachten, Lerarenopleiding, Loopbaandebat, Vlaams Parlement,

Facebook

Wie ik ben?

Ik ben Kathleen Helsen en woon samen met mijn man Danny en dochter Marie in Herselt. Ik ben schepen en volksvertegenwoordiger in het Vlaams Parlement. De thema's die me nauw aan het hart liggen, zijn onderwijs, werk en welzijn.

Meer over mij.

Schrijf in voor mijn nieuwsbrief

Bekijk hier alvast het archief.