Naar inhoud

Terug

Meer van hetzelfde is geen oplossing

De minister van Onderwijs wil dat leerlingen die onvoldoende Nederlands kennen, extra les volgen. Bijvoorbeeld op woensdagnamiddag of op zaterdag. Dit voorstel baart me om meerdere redenen grote zorgen.

Niet in het minst omdat het om een sterke vereenvoudiging van een zeer complex gegeven gaat. Het is vijf voor twaalf om het verwerven van het Nederlands breder te kaderen. Want het gaat over veel meer dan taal op zich. Het kernwoord is diversiteit. Zo worden scholen, vooral in grootstedelijke context, alsmaar meer geconfronteerd met diversiteit op vlak van taal, op etnisch, sociaal, cultureel, lichamelijk, verstandelijk,… gebied. Diversiteit is de norm. We mogen hiervoor niet blind zijn. Ermee leren omgaan is dé uitdaging.
 

Taalachterstand los je niet op met enkele extra lessen Nederlands. Meer van hetzelfde is geen oplossing. De overheid nam meermaals goedbedoelde initiatieven rond diversiteit en gelijke onderwijskansen. Veelal gaat het om investeringen op het structurele vlak, op het vlak van financiering en omkadering. Maar echte resultaten blijven uit. Diversiteit speelt zich af in de klas, op de speelplaats. Moeten we ons niet eens de vraag durven wat er binnen ons onderwijssysteem moet veranderen om anderstalige en taalarme kinderen stappen vooruit te laten zetten in hun taalontwikkeling? Welk traject is nodig om hen klaar te maken
voor het leerprogramma in de school?
 

Diversiteitbeleid verengen tot extra taallessen staat ronduit haaks op een gelijke kansenbeleid in het onderwijs. Ik ben ervan overtuigd dat we eerder veel meer moeten inzetten op een krachtig diversiteitbeleid in de scholen en dat we binnen het onderwijs meer inspanningen moeten leveren voor de taalontwikkeling van zeer jonge kinderen. Op een speelse manier kan in de kleuterschool heel wat gebeuren. Dat vereist echter dat we scholen voldoende ruimte, mankracht en expertise moeten leveren om deze opdracht waar te maken. We moeten inzetten op taalstimulering en niet enkel op taalremediëring.
 

Daarnaast geloof ik wel dat taalontwikkeling in de vrijetijdssfeer extra kan worden gestimuleerd, aanvullend op de onderwijsinspanningen. Zo is het bijvoorbeeld perfect mogelijk dat in de jeugdbeweging spelletjes gespeeld worden waarbij kinderen de opdracht krijgen met elkaar te praten. Ook in de sport is het perfect mogelijk om op een ludieke manier een bespreking van de match te organiseren. Deze taaloefening is geen les maar een speelse ongedwongen communicatie die ongetwijfeld bijdraagt tot de totale taalontwikkeling bij het kind. Een diversiteitbeleid die naam waardig, mag zich dus niet beperken tot de schoolmuren, maar ook de drempels wegwerken die ervoor zorgen dat taalarme kinderen nu de weg naar jeugd- en sportverenigingen niet vinden.
 

Minister Smet denkt de oplossing te hebben gevonden door na de schooluren bijlessen taal in te richten, gegeven door leerkrachten. Ik geloof niet in een positief effect van deze enge piste. We moeten voorkomen dat we te sterk inzetten op het louter schools leren en dat we in de vrijetijdssfeer methoden en modellen van onderwijs gebruiken. Zeker voor kinderen die het moeilijk hebben op school is het niet aangewezen om hen nog meer uren les te geven. Ik vrees dat dit wel eens tot een grote demotivatie kan
leiden en tot nog meer ongekwalificeerde uitstroom dan waarmee we vandaag in Vlaanderen te kampen hebben. Een bredere kijk op de problematiek is noodzakelijk.

Lees het veralsg van het debat in de plenaire vergadering [PDF]

Lees de krantenartikels

Toegevoegd op 10 november 2010

Tags: Diversiteit, Gelijke kansen, Taal, Vlaams Parlement,

Wie ik ben?

Ik ben Kathleen Helsen en woon samen met mijn man Danny en dochter Marie in Herselt. Ik ben schepen en volksvertegenwoordiger in het Vlaams Parlement. De thema's die me nauw aan het hart liggen, zijn onderwijs, werk en welzijn.

Meer over mij.

Schrijf in voor mijn nieuwsbrief

Bekijk hier alvast het archief.