Naar inhoud

Terug

5.000 leerlingen voltijds in deeltijds onderwijs

Vorig schooljaar waren 6.669 leerlingen ingeschreven in de centra deeltijds onderwijs, waarvan 77,3% voldeden aan het voltijds engagement. Dat antwoordde de minister van Onderwijs op m'n schriftelijke vraag .

De cijfers zijn positief, maar we weten jammer genoeg niet hoe het de jongeren op de arbeidsmarkt vergaat. Helpen we de jongeren met de verschillende trajecten daadwerkelijk vooruit? Op die vraag wil ik een antwoord.

Het Vlaams Parlement keurde op 8 juli 2008 het decreet betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap goed. Het wou daarmee:

1. het voltijds engagement voor zoveel mogelijk jongeren realiseren;
2. de afstemming tussen deeltijds beroepssecundair onderwijs, de leertijd en de deeltijdse vormingen vergroten, met behoud van de meersporigheid;
3. een traject op maat van elke jongere aanbieden;
4. elke jongere een volwaardige kwalificatie aanreiken.

Een voltijds engagement houdt in dat de combinatie leren en werken minimaal 28 uren per week omvat. In het schooljaar 2008-2009 waren 6.669 leerlingen ingeschreven in een centrum deeltijds onderwijs. 77,3% nam het voltijds engagement op. Vóór de inwerkintreding van het nieuwe decreet en het voltijds engagement, schommelde dit cijfer rond de 70%.

De stijging is positief, maar het percentage nog ver verwijderd van het vooropgestelde doel. Deze groep jongeren is het voltijds schoollopen beu, maar evenmin klaar voor de reguliere arbeidsmarkt. Ze hebben extra begeleiding nodig via aangepaste methodieken. Een degelijke basisvorming is cruciaal om zelfstandig te kunnen functioneren.

Het deeltijds onderwijs biedt verschillende formules aan. Van het aantal leerlingen die een voltijds engagement aangingen, vinden we:

• 8,6 % in een persoonlijk ontwikkelingstraject;
• 13 % in voortraject;
• 11,9 % in een brugproject;
• 36,4 % in arbeidsdeelname in het normaal economisch circuit;
• 4,3 % in de groep “andere”;
• 3,1 % in de groep thuiswerkers.

Intussen is het onduidelijk of die aanpak ook de voorziene vruchten afwerpt. De overheid houdt vandaag immers geen centraal overzicht bij van de instroom- of uitstroomgegevens van de betrokken jongeren.

Op mijn vraag zal de minister zijn administratie de opdracht geven die gegevens te verzamelen, want net die opvolging schept de kans om de verschillende trajecten in het belang van de jongeren te evalueren, mogelijk bij te sturen en de juiste conclusies te trekken.
 

Toegevoegd op 30 november 2009

Tags: Leren en werken, Vlaams Parlement,

Wie ik ben?

Ik ben Kathleen Helsen en woon samen met mijn man Danny en dochter Marie in Herselt. Ik ben schepen en volksvertegenwoordiger in het Vlaams Parlement. De thema's die me nauw aan het hart liggen, zijn onderwijs, werk en welzijn.

Meer over mij.

Schrijf in voor mijn nieuwsbrief

Bekijk hier alvast het archief.