Naar inhoud

Terug

Historische metaalvervuiling wordt verder aangepakt

Deze herfst wordt verder gewerkt aan mogelijke preventieve beleidsacties op vlak van milieu en gezondheid in de omgeving van de non-ferro industrie in de Noorderkempen. Dat antwoordde Vlaams minister van Leefmilieu Hilde Crevits (CD&V) op een parlementaire vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Kathleen Helsen (CD&V).

Ter uitvoering van het Cadmium Actieplan van de Vlaamse overheid werd een blootstellingsonderzoek aan zware metalen uitgevoerd in de Noorderkempen. Het doel was tweeledig:

1. Bepalen van de lichaamsbelasting cadmium, arseen en lood bij de mensen die nu in de Noorderkempen wonen.
2. Met behulp van die lichaamsbelasting onderzoeken of er een risico bestaat op gezondheidseffecten.

Het onderzoek werd uitgevoerd bij 1.217 volwassenen en 338 kleuters in Mol, Balen, Overpelt, Neerpelt, Lommel en Hechtel-Eksel (=controlegebied). Uit het onderzoek blijkt dat de lichaamsbelasting in de loop der jaren gedaald is. Voor cadmium in het bloed heeft 3% van de inwoners een cadmiumgehalte boven de richtwaarde, waaronder er geen gezondheidsrisico’s zijn. Ook voor cadmium in de urine ligt de gemiddelde waarde onder de richtwaarde. Toch zitten hier 32% van de deelnemers boven de richtwaarde. De cadmiumbelasting in de nieren is het grootst bij ouderen die al in de regio woonden toen de vervuiling nog groter was. Ook voor arseen liggen de gemiddelde gehaltes onder de richtwaarde. 14% van de deelnemers zit er boven. De kinderen die in een straal van 2 km rond de fabriek naar school gaan, hebben gemiddeld meer lood in het bloed in vergelijking met het controlegebied. Zowel in het onderzoeksgebied als in het controlegebied hebben kleuters minder lood in het bloed dan de richtwaarde.

De maatregelen die de voorbije jaren genomen werden, hebben resultaat en moeten worden voortgezet. Tegelijk blijkt dat de cadmiumvervuiling ruimer is dan gedacht. Zo ligt voor cadmium de lichaamsbelasting hoger voor bewoners die tot vijf kilometer van de fabrieken wonen dan voor de bewoners in de zeer nabije omgeving van de fabrieken.

“Ondanks de positieve inspanningen door de overheid voor de naaste bewoners van de fabriek, is er nood aan meer preventieve maatregelen in de ruimere omgeving van de fabriek”, vindt Kathleen Helsen die minister Crevits hierover ondervroeg. De minister antwoordde dat in de herfst samen met de lokale milieu-adviesraden, lokale gezondheidsactoren zoals huisartsen, het bedrijf en andere lokale actoren verder gewerkt wordt aan mogelijke preventieve beleidsacties op vlak van milieu en gezondheid.

Deze herfst wordt verder gewerkt aan mogelijke preventieve beleidsacties op vlak van milieu en gezondheid in de omgeving van de non-ferro industrie in de Noorderkempen. Dat antwoordde Vlaams minister van Leefmilieu Hilde Crevits (CD&V) op een parlementaire vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Kathleen Helsen (CD&V).

Ter uitvoering van het Cadmium Actieplan van de Vlaamse overheid werd een blootstellingsonderzoek aan zware metalen uitgevoerd in de Noorderkempen. Het doel was tweeledig:

1. Bepalen van de lichaamsbelasting cadmium, arseen en lood bij de mensen die nu in de Noorderkempen wonen.
2. Met behulp van die lichaamsbelasting onderzoeken of er een risico bestaat op gezondheidseffecten.

Het onderzoek werd uitgevoerd bij 1.217 volwassenen en 338 kleuters in Mol, Balen, Overpelt, Neerpelt, Lommel en Hechtel-Eksel (=controlegebied). Uit het onderzoek blijkt dat de lichaamsbelasting in de loop der jaren gedaald is. Voor cadmium in het bloed heeft 3% van de inwoners een cadmiumgehalte boven de richtwaarde, waaronder er geen gezondheidsrisico’s zijn. Ook voor cadmium in de urine ligt de gemiddelde waarde onder de richtwaarde. Toch zitten hier 32% van de deelnemers boven de richtwaarde. De cadmiumbelasting in de nieren is het grootst bij ouderen die al in de regio woonden toen de vervuiling nog groter was. Ook voor arseen liggen de gemiddelde gehaltes onder de richtwaarde. 14% van de deelnemers zit er boven. De kinderen die in een straal van 2 km rond de fabriek naar school gaan, hebben gemiddeld meer lood in het bloed in vergelijking met het controlegebied. Zowel in het onderzoeksgebied als in het controlegebied hebben kleuters minder lood in het bloed dan de richtwaarde.

De maatregelen die de voorbije jaren genomen werden, hebben resultaat en moeten worden voortgezet. Tegelijk blijkt dat de cadmiumvervuiling ruimer is dan gedacht. Zo ligt voor cadmium de lichaamsbelasting hoger voor bewoners die tot vijf kilometer van de fabrieken wonen dan voor de bewoners in de zeer nabije omgeving van de fabrieken.

“Ondanks de positieve inspanningen door de overheid voor de naaste bewoners van de fabriek, is er nood aan meer preventieve maatregelen in de ruimere omgeving van de fabriek”, vindt Kathleen Helsen die minister Crevits hierover ondervroeg. De minister antwoordde dat in de herfst samen met de lokale milieu-adviesraden, lokale gezondheidsactoren zoals huisartsen, het bedrijf en andere lokale actoren verder gewerkt wordt aan mogelijke preventieve beleidsacties op vlak van milieu en gezondheid.

De vraag van Kathleen en het volledige antwoord van de minister vindt u hier (PDF).

Toegevoegd op 30 april 2009

Tags: Vlaams Parlement

Facebook

Wie ik ben?

Ik ben Kathleen Helsen en woon samen met mijn man Danny en dochter Marie in Herselt. Ik ben schepen en volksvertegenwoordiger in het Vlaams Parlement. De thema's die me nauw aan het hart liggen, zijn onderwijs, werk en welzijn.

Meer over mij.

Schrijf in voor mijn nieuwsbrief

Bekijk hier alvast het archief.