Naar inhoud

Terug

Oranje memorystick voor de minister van Onderwijs

Bij het ingaan van het laatste jaar van de regeerperiode van de huidige Vlaamse regering geeft CD&V de richting aan voor het onderwijsbeleid. Stuk voor stuk gaat het om dossiers waar CD&V tegen het eind van de legislatuur voor de betrokkenen een gunstig gevolg aan gebreid wil zien.

Fractieleider Ludwig Caluwé en promotor Onderwijs Kathleen Helsen lichtten toe op 3 september 2008:

1. Leerzorg

Een uiterst belangrijk onderwijsdossier is het leerzorgkader. Belangrijk, want het raakt het hele gewoon en buitengewoon basisonderwijs en secundair onderwijs.

Aan het dossier ging omstandig overleg vooraf. Net voor de zomer 2008 was een eerste versie van een ontwerp van memorie van toelichting voor een toekomstige decretale tekst klaar. Dat beleidsvoorbereidende werk is nog volop bezig.

Bij het ingaan van het laatste jaar van de regeerperiode van de huidige Vlaamse regering geeft CD&V de richting aan voor het onderwijsbeleid. Stuk voor stuk gaat het om dossiers waar CD&V tegen het eind van de legislatuur voor de betrokkenen een gunstig gevolg aan gebreid wil zien.

Fractieleider Ludwig Caluwé en promotor Onderwijs Kathleen Helsen lichtten toe op 3 september 2008:

1. Leerzorg

Een uiterst belangrijk onderwijsdossier is het leerzorgkader. Belangrijk, want het raakt het hele gewoon en buitengewoon basisonderwijs en secundair onderwijs.

Aan het dossier ging omstandig overleg vooraf. Net voor de zomer 2008 was een eerste versie van een ontwerp van memorie van toelichting voor een toekomstige decretale tekst klaar. Dat beleidsvoorbereidende werk is nog volop bezig.

CD&V diende eerder al een voorstel van resolutie in het Vlaams Parlement in met een hele reeks voor ons belangrijke criteria. Uiteindelijk zal het ontwerp van de minister net aan die criteria moeten worden getoetst. Dan moet blijken of daaraan voldoende tegemoetgekomen wordt. Dat is nodig voor de totstandkoming van het vereiste draagvlak in het onderwijswerkveld.

Minister Vandenbroucke heeft op 21 mei 2008 in antwoord op een actuele vraag in het Vlaams Parlement expliciet gezegd dat hij bereid is om aanpassingen aan zijn teksten te doen en dat hij wil voort discussiëren over hoe de cruciale draagkrachtafweging van een school voor leerlingen met specifieke noden het best geregeld wordt. CD&V zal hem aan zijn woord houden.

Een plan en voldoende financiële middelen voor competentieontwikkeling bij leerkrachten en begeleiders zijn nodig om de vereiste expertise in scholen en CLB te verzekeren.

De draagkracht van de school, de klas, het kind moet een belangrijke factor zijn om te bepalen of het kind met bijzondere onderwijsnoden kan opgevangen worden om samen met klasgenootjes een kwaliteitsvol en zinvol traject te doorlopen.

Scholen moeten voldoende middelen krijgen om leerlingen met bijzondere noden op te vangen. Ouders en leerlingen kunnen pas écht vrij kiezen voor een traject in het gewoon of buitengewoon onderwijs als het onderwijsaanbod in beide onderwijsvormen kwaliteitsvol is.

2. Hoger Beroepsonderwijs (HBO)

Dit dossier kan nuttige onderwijskansen bieden aan bepaalde groepen, maar het dreigt een heel penibel dossier te worden met heel wat ‘territoriumstrijd’ tussen de betrokken onderwijsniveaus: secundair onderwijs, volwassenenonderwijs en hoger onderwijs. Ondanks die eerste principiële goedkeuring door de Vlaamse Regering is het grootste deel van de voorliggende tekst (m.n. over kwaliteitszorg en programmatie) totaal onhaalbaar, ondoenbaar en onbetaalbaar, en dat is een nog veel groter probleem.

De beoogde kansen voor bepaalde groepen kunnen slechts waargemaakt worden indien ook voorzien wordt in een gelijke financiële ondersteuning van instellingen en leerlingen/studenten/cursisten en in een degelijke trajectbegeleiding. Op dit ogenblik is in de financiële nota geen ruimte voorzien voor deze begeleiding.

Het HBO-dossier kan niet losgekoppeld worden van het dossier van de kwalificatiestructuur. Door zijn aard moet dit dossier dat van het HBO best voorafgaan.

Voorts moeten we de 13 lopende HBO-Vlor-projecten alle kansen geven, daaruit de knelpunten distilleren en ook vormen van samenwerking mogelijk maken tussen betrokken onderwijsactoren. Dat zou al heel goed voorbereidend werk zijn met het oog op een HBO-regeling later.


3. Schoolinfrastructuur

Net voor het zomerreces keurde het Vlaams Parlement het nieuwe financieringssysteem voor werkingsmiddelen in het basis- en secundair onderwijs goed. Zo worden scholen voortaan deels gefinancierd op grond van bepaalde leerlingenkenmerken voor alle onderwijsnetten.

CD&V kan zich vinden in de nieuwe berekeningsmethode en in het compromis over de objectieve verschillen tussen officiële onderwijsnetten en andere. Toch mag dit nieuwe decreet geen eindpunt zijn. Er blijven belangrijke verschillen.
Daarom moet het probleem van de gesubsidieerde scholen om de leninglast voor investeringen in infrastructuur op de tafel komen.

Hier past een verwijzing naar het complexe dossier van de DBFM (Design, Built, Finance & Maintain), het bijzondere inhaalmanoeuvre inzake investeringen in schoolgebouwen. We hebben totnogtoe een DBFM-decreet met de algemene decretale regeling en een selectiecommissie die 211 goedgekeurde DBFM-schoolbouwprojecten in volgorde op een lijst heeft geplaatst. Door de complexiteit van het dossier sleept de verdere procedure nu al geruime tijd aan. Het is duidelijk dat niet meer daadwerkelijk zal gebouwd worden voor de verkiezingen 2009.

Bovendien, hoe duur zal deze bouwwijze voor de scholen uiteindelijk zijn? Maar hét cruciale punt zal zijn welk percentage van haar werkingsmiddelen de school zal moeten besteden aan de afbetaling van deze investering.

Ten slotte is er het Nationaal Waarborgfonds. Daar hebben scholen nog 1.174 leningen lopen. Doordat het aandeel van de kapitaalaflossing in zulke leningen stijgt naar het einde van de looptijd, komen vele scholen in de problemen.
Ook moeten de mogelijkheden onderzocht worden van een Vlaamse herfinanciering van de bestaande leningendossiers van scholen die een beroep doen op het Nationaal Waarborgfonds.


4. Proeftuinen

Op 23 juni 2006 keurde de Vlaamse Regering het besluit goed voor de organisatie van tijdelijke projecten in het basis- en secundair onderwijs. Daarin is sprake van een evaluatie van de tijdelijke projecten in het laatste schooljaar van de projectperiode, nl. het schooljaar 2007-2008.
Uit voorbije gedachtewisselingen over de proeftuinen bleek al dat de evaluatie een heikele opdracht zou worden. Eind augustus of begin september 2008 zou de onderwijsinspectie een rapport voorleggen. Hiervoor ontwikkelde de onderwijsinspectie een specifiek evaluatie-instrument: een evaluatiekijkwijzer.

Proeftuinen die goed werken maar nog onvoldoende resultaten opleveren met het oog op doordachte wijzigingen van de regelgeving, kunnen worden verlengd. Dat is gebeurd. Andere proeftuinen, nl. die rond studiekeuzebegeleiding en werkplekleren, die vooral relevant zijn voor het secundair onderwijs, lopen nog maar sinds eind 2007, begin 2008. Zij moeten nog zeker de nodige tijd krijgen. Maar de minister van Proeftuinen kan niet eindeloos blijven ‘proeven’, blijven verlengen.

We moeten de concrete resultaten ervan grondig onder de loep nemen. Conclusies moeten volgen. Zeker met het oog op de zg. ‘blauwdruk van de hervorming van het secundair onderwijs’. Het is een gemiste kans mochten de proeftuinen helemaal geen rol spelen bij het denkwerk dat een ministeriële werkgroep van deskundigen tegen voorjaar-2009 over het secundair onderwijs zou moeten klaar hebben. Maar nogmaals, als bepaalde proeftuinen niet veralgemeend kunnen worden tot andere scholen, dan moet men dat eerlijk durven zeggen.

Toegevoegd op 29 april 2009

Tags: Vlaams Parlement

Wie ik ben?

Ik ben Kathleen Helsen en woon samen met mijn man Danny en dochter Marie in Herselt. Ik ben schepen en volksvertegenwoordiger in het Vlaams Parlement. De thema's die me nauw aan het hart liggen, zijn onderwijs, werk en welzijn.

Meer over mij.

Schrijf in voor mijn nieuwsbrief

Bekijk hier alvast het archief.